Eén les, elk niveau
Vergelijk de niveaus
Dezelfde actualiteit, afgestemd op het niveau. Kies twee niveaus en zie precies hoe de leerdoelen, uitleg, stelling en quiz meebewegen — de kern van Actuales in één oogopslag.
groep 5/6
Lesdoelen
- 1.Na deze les weet je dat apparaten thuis stroom gebruiken.
- 2.Na deze les kun je in een grafiek zien welk apparaat veel of weinig gebruikt.
- 3.Na deze les weet je hoe je thuis stroom bespaart.
4
Uitlegdia's
6
Quizvragen
5
Stappen
Eerste uitlegdia
Foto van de dag: alles werkt op stroom
- Bijna alles thuis werkt op stroom: de lamp, de tv, de koelkast.
- Sommige apparaten gebruiken veel stroom, andere weinig.
- Voor stroom moet je thuis betalen.
Stelling
“Je moet altijd het licht uitdoen als je een kamer uit gaat.”
Eens of oneens? Zeg één zin met ‘omdat’.
vwo 3
Lesdoelen
- 1.Na deze les kun je met E = P × t verbruik en kosten berekenen én uitleggen waarom looptijd zwaarder telt dan vermogen.
- 2.Na deze les kun je een terugverdientijd berekenen en beoordelen als model met aannames — geen belofte.
- 3.Na deze les kun je verbruiks- en besparingscijfers kritisch wegen en een meting opzetten om ze te toetsen.
5
Uitlegdia's
10
Quizvragen
5
Stappen
Eerste uitlegdia
Foto van de dag: waar zit de hefboom?
- De meter telt energie (kWh) = vermogen × tijd; de rekening = kWh × prijs.
- De grootste winst zit niet bij het krachtigste apparaat, maar bij het apparaat met de grootste kWh per jaar.
- Controlevraag: waar bespaar je een euro het makkelijkst — bij vermogen of bij looptijd?
Stelling
“Een terugverdientijd is een schatting, geen belofte.”
Onderzoeksopzet: beschrijf hoe je het jaarverbruik en de jaarkosten van één apparaat thuis zou bepalen en toetsen.