Woordhulp · NT2 & woordenschat
Woordhulp: F1 in Europa
Dit blad helpt je bij de les en het werkblad. Lees de woorden. Schrijf het woord in jouw taal erbij.
- het circuitde baan waar de race is
- de rondeéén keer helemaal rond het circuit
- de rondetijdde tijd die je nodig hebt voor één ronde
- de snelheidhoe hard iets gaat, bijvoorbeeld 165 km per uur
- de afstandhoeveel kilometer het is
- de coureuriemand die racet met een auto
- het teamde ploeg: de coureurs, de auto's en de monteurs
- de motorde machine die de auto laat rijden
- de elektromotoreen motor die op stroom werkt
- de brandstofwat de motor verbruikt, bijvoorbeeld benzine
- de duurzaamheidzorgen dat iets goed is voor het milieu, ook later
- het kampioenschapde strijd om wie het hele jaar de beste is
Zinstarters
- Ik denk dat … omdat …
- Ik ben het eens met de stelling, want …
- Ik ben het niet eens met de stelling, want …
- De gemiddelde snelheid is …, want … gedeeld door … is …
Stappenplan: gemiddelde snelheid berekenen
- Zoek de afstand (in kilometers).
- Zoek de tijd (in uren). Is de tijd in minuten of seconden? Reken eerst om: 1 uur = 60 minuten = 3600 seconden.
- Deel de afstand door de tijd: snelheid = afstand ÷ tijd.
- Controleer je antwoord: de uitkomst is in kilometer per uur (km/h).