← Terug naar het pakket
Niveau:groep 5/6groep 7groep 8vmbo 1vmbo 2vmbo 3havo 1havo 2havo 3vwo 1vwo 2vwo 3

16 juni 2026 · vwo 3 · vwo leerjaar 3

Hoe een grafiek je voor de gek houdt

REKENEN & WISKUNDE · BURGERSCHAP

Lesdoelen

  1. Na deze les kun je een grafiek kritisch analyseren op assen, schaal, selectie én de statistische keuzes erachter.
  2. Na deze les kun je absolute en relatieve verandering onderscheiden en beoordelen of een claim bij de cijfers past.
  3. Na deze les kun je een eerlijke weergave ontwerpen en een onderzoeksopzet formuleren om een grafiekclaim te toetsen.

Lesplanning

  1. Doelen
  2. Foto van de dag: twee grafieken, dezelfde cijfers
  3. Uitleg: de assen lezen en de drie trucs
  4. Zelfstandig werken (werkblad op jouw niveau)
  5. Afsluiting: doelen-check en stelling

Uitleg — kernpunten

Foto van de dag: elke grafiek is een keuze

  • Dezelfde dataset levert verschillende visuele retoriek op.
  • De maker kiest as, schaal, selectie en vorm — dat is geen neutrale weergave, maar een verhaal.
  • Controlevraag: welk verhaal wil de maker vertellen, en welk belang zit daarachter?

Denkvraag: Welke ontwerpkeuzes buiten de y-as sturen de lezer nog meer?

Absoluut versus relatief

  • De winst steeg van 100 naar 110 mln: +10 absoluut, en +10% relatief over drie jaar.
  • 10% van een miljard is enorm; 10% van honderd is klein — een percentage zonder basis zegt weinig.
  • Controlevraag: noemt de claim een absoluut getal, een percentage, of allebei — en waarom die keuze?

Denkvraag: Wanneer misleidt een percentage juist, en wanneer een absoluut getal?

Voorbij de drie trucs: correlatie en vorm

  • Twee stijgende lijnen naast elkaar suggereren verband: correlatie ≠ causaliteit.
  • Vorm-trucs: een pictogram of 3D-balk die je op oppervlakte of volume schaalt, vergroot het verschil visueel veel sterker dan de cijfers.
  • Naast y-as, tijdstappen en selectie telt dus ook hoe de data is afgebeeld.

Denkvraag: Waarom vertekent een verdubbeling van de hoogte én de breedte van een symbool het beeld extra?

Een eerlijke weergave ontwerpen

  • Eerlijk: y-as bij 0, gelijke tijdstappen, de volledige reeks, en de bron erbij.
  • Geef bij een percentage altijd de basis (waarvan?) en de periode.
  • Een eerlijke grafiek mag saai zijn — dat is geen fout maar nauwkeurigheid.

Denkvraag: Welke informatie hoort er minimaal bij een grafiek voordat je hem vertrouwt?

Onderzoeksopzet: betrap een grafiek

  • Een grafiek is nooit helemaal neutraal: elke weergave is een keuze.
  • Toetsen doe je systematisch: welke data, welke periode, welke as — en wat verandert er als je die keuzes omdraait?

Stelling: “Cijfers liegen niet, maar een grafiek kan dat wél.”

Quiz met antwoorden

  1. Waar hoort een eerlijke y-as bij een staafgrafiek te beginnen?
    • A) Bij het laagste datapunt
    • B) Bij 0
    • C) Bij het gemiddelde
    • D) Maakt niet uit
  2. De winst ging van 100 naar 110 mln. Wat is de relatieve verandering?
    • A) 10 miljoen
    • B) +10%
    • C) +110%
    • D) +1%
  3. Van 106 naar 110 mln: procentuele groei (afgerond op één decimaal)?
    • A) 3,6%
    • B) 3,8%
    • C) 4,0%
    • D) 5,0%
  4. Een reclame claimt “explosieve groei” bij +3,8%. Wat is de beste reactie?
    • A) Geloven, de grafiek is steil
    • B) Narekenen: ~3,8% is geen explosie
    • C) De kleur checken
    • D) De x-as negeren
  5. Een y-as van 98 tot 112 bij data 100–110. Wat is het risico?
    • A) De cijfers kloppen niet
    • B) Een klein verschil lijkt visueel enorm
    • C) Je kunt niets aflezen
    • D) De x-as klopt niet
  6. “10% meer” zonder de basis erbij is misleidend, omdat …
    • A) 10% altijd veel is
    • B) hetzelfde percentage een heel ander absoluut effect kan hebben
    • C) percentages verboden zijn in reclame
    • D) 10% niet bestaat
  7. Twee stijgende lijnen naast elkaar in één grafiek suggereren een verband. Wat is de valkuil?
    • A) Correlatie bewijst causaliteit
    • B) Correlatie is geen causaliteit — er kan een derde factor zijn
    • C) Lijnen mogen niet samen
    • D) Twee assen zijn verboden
  8. Een pictogram wordt in hoogte én breedte verdubbeld voor “2× zoveel”. Waarom misleidt dat?
    • A) Het is te klein
    • B) De oppervlakte wordt ~4×, dus het lijkt veel meer dan 2×
    • C) Kleuren tellen niet
    • D) Pictogrammen zijn altijd fout
  9. Welke vraag ontmaskert misleiding het scherpst?
    • A) Welke kleur heeft de lijn?
    • B) Waar begint de as, welke periode is weggelaten en waarvan is het percentage?
    • C) Hoe groot is het plaatje?
    • D) Wie deelde de grafiek?
  10. Wat is de kern van een goede onderzoeksopzet om een grafiekclaim te toetsen?
    • A) Een mooiere grafiek maken
    • B) Vastleggen welke data, periode en assen je vergelijkt en wat er verandert als je die keuzes omdraait
    • C) De maker geloven
    • D) Alleen de titel lezen

Actuales · actuales.nl/lespakket/misleidende-grafieken · Compleet pakket (PowerPoint, werkbladen op drie niveaus, NT2-steun) gratis te downloaden.