← Terug naar het pakket
Niveau:groep 5/6groep 7groep 8vmbo 1vmbo 2vmbo 3havo 1havo 2havo 3vwo 1vwo 2vwo 3

16 juni 2026 · groep 5/6 · groep 5/6

Energie thuis: van zonnepaneel tot stopcontact

NATUURKUNDE · REKENEN

Lesdoelen

  1. Na deze les weet je dat apparaten thuis stroom gebruiken.
  2. Na deze les kun je in een grafiek zien welk apparaat veel of weinig gebruikt.
  3. Na deze les weet je hoe je thuis stroom bespaart.

Lesplanning

  1. Doelen
  2. Foto van de dag: de meterkast
  3. Uitleg: vermogen, energie, de rekening en besparen
  4. Zelfstandig werken (werkblad op jouw niveau)
  5. Afsluiting: doelen-check en stelling

Uitleg — kernpunten

Foto van de dag: alles werkt op stroom

  • Bijna alles thuis werkt op stroom: de lamp, de tv, de koelkast.
  • Sommige apparaten gebruiken veel stroom, andere weinig.
  • Voor stroom moet je thuis betalen.

Denkvraag: Welk apparaat bij jou thuis staat het langst aan?

Welk apparaat gebruikt veel?

  • In de grafiek zie je hoeveel elk apparaat in een jaar gebruikt.
  • Hoe hoger de balk, hoe meer stroom.
  • De wasdroger gebruikt het meest, de lamp het minst.

Denkvraag: Welk apparaat gebruikt het meest? En welk het minst?

Klein, maar de hele dag aan

  • Een lamp gebruikt weinig, maar als hij de hele dag brandt, telt het op.
  • Doe je het licht uit als je een kamer verlaat, dan bespaar je.
  • Apparaten op stand-by gebruiken ook nog een beetje stroom.

Denkvraag: Wat kun jij uitdoen als je een kamer uit loopt?

Zo bespaar je stroom

  • Doe het licht uit in een lege kamer.
  • Een LED-lamp gebruikt veel minder dan een oude lamp.
  • Zet apparaten helemaal uit, niet op stand-by.

Stelling: “Je moet altijd het licht uitdoen als je een kamer uit gaat.”

Quiz met antwoorden

  1. Waar werken de meeste apparaten thuis op?
    • A) Op water
    • B) Op stroom
    • C) Op wind
    • D) Op zand
  2. Wat betekent een hoge balk in de grafiek?
    • A) Weinig stroom
    • B) Veel stroom
    • C) Geen stroom
    • D) Een kapot apparaat
  3. Hoe bespaar je stroom?
    • A) Alles aan laten
    • B) Het licht uitdoen in een lege kamer
    • C) De tv harder zetten
    • D) Meer lampen aandoen
  4. Welk apparaat gebruikt in de grafiek het meest per jaar?
    • A) LED-licht
    • B) Koelkast
    • C) Wasmachine
    • D) Wasdroger
  5. Welk apparaat gebruikt het minst?
    • A) LED-licht
    • B) Koelkast
    • C) Wasmachine
    • D) Wasdroger
  6. Wat gebruikt meer stroom: een LED-lamp of een oude lamp?
    • A) De LED-lamp
    • B) De oude lamp
    • C) Allebei evenveel
    • D) Geen van beide

Actuales · actuales.nl/lespakket/energie-thuis · Compleet pakket (PowerPoint, werkbladen op drie niveaus, NT2-steun) gratis te downloaden.