16 juni 2026 · vmbo 2 · vmbo leerjaar 2
Energie thuis: van zonnepaneel tot stopcontact
NATUURKUNDE · REKENEN
Lesdoelen
- Na deze les ken je het verschil tussen vermogen (watt) en energie (kilowattuur).
- Na deze les kun je met de formule energie = vermogen × tijd het verbruik van een apparaat uitrekenen.
- Na deze les kun je de energierekening lezen: van kWh naar euro, en zien hoe je bespaart.
Lesplanning
- Doelen
- Foto van de dag: de meterkast
- Uitleg: vermogen, energie, de rekening en besparen
- Zelfstandig werken (werkblad op jouw niveau)
- Afsluiting: doelen-check en stelling
Uitleg — kernpunten
Foto van de dag: de meter telt mee
- Bijna alles thuis loopt op elektriciteit: licht, koken, opladen.
- De meter telt hoeveel je gebruikt in kilowattuur (kWh).
- Aan het eind van het jaar betaal je voor elke kWh.
Denkvraag: Welk apparaat bij jou thuis gebruikt volgens jou de meeste energie in een jaar?
Vermogen en energie: niet hetzelfde
- Vermogen (watt, W): hoe snel een apparaat energie gebruikt. 1 kW = 1000 W.
- Energie (kilowattuur, kWh): hoeveel er in totaal gebruikt is.
- Een föhn (2000 W) is krachtig, maar staat kort aan; een koelkast (100 W) staat altijd aan.
Denkvraag: Hoe kan een koelkast (laag vermogen) meer kWh per jaar gebruiken dan een föhn (hoog vermogen)?
Rekenen: energie = vermogen × tijd
- Formule: E (kWh) = P (kW) × t (uur). Reken het vermogen eerst om naar kW.
- Een waterkoker van 2000 W = 2 kW. Zet hem 0,5 uur aan: 2 × 0,5 = 1 kWh.
- Een LED van 10 W moet 100 uur branden voor diezelfde 1 kWh.
Van kWh naar euro
- Eén kWh kost ongeveer € 0,35 (voorbeeldprijs; verschilt per contract en jaar).
- Kosten = kWh × prijs per kWh. Die 1 kWh van de waterkoker kost dus € 0,35.
- Een gemiddeld gezin gebruikt zo'n 2500 kWh per jaar aan elektriciteit.
Denkvraag: Een gezin gebruikt 2500 kWh per jaar. Hoeveel euro is dat bij € 0,35 per kWh?
Opwekken en besparen
- Zonnepanelen wekken zelf stroom op; wat je niet gebruikt, gaat het net op.
- Een LED-lamp (10 W) geeft evenveel licht als een oude gloeilamp (60 W) — en bespaart ~83%.
- Apparaten uitzetten in plaats van op stand-by scheelt ook.
Stelling: “Iedereen die een eigen dak heeft, zou zonnepanelen moeten nemen.”
Quiz met antwoorden
- In welke eenheid meet je energie thuis?
- A) Watt (W)
- B) Kilowattuur (kWh) ✓
- C) Kilometer (km)
- D) Volt (V)
- Een apparaat van 2 kW staat 1 uur aan. Hoeveel kWh?
- A) 0,5 kWh
- B) 1 kWh
- C) 2 kWh ✓
- D) 4 kWh
- Eén kWh kost € 0,35. Wat kosten 4 kWh?
- A) € 0,35
- B) € 1,40 ✓
- C) € 4,00
- D) € 14,00
- Een waterkoker van 2000 W staat 0,5 uur aan. Hoeveel kWh?
- A) 0,5 kWh
- B) 1 kWh ✓
- C) 2 kWh
- D) 1000 kWh
- Een LED (10 W) vervangt een gloeilamp (60 W) bij gelijk licht. Hoeveel % bespaar je?
- A) 10%
- B) 50%
- C) ongeveer 83% ✓
- D) 100%
- Hoe kan een koelkast (100 W) meer kWh per jaar gebruiken dan een föhn (2000 W)?
- A) De koelkast is groter
- B) De koelkast staat veel langer aan; energie = vermogen × tijd ✓
- C) De föhn is kapot
- D) Dat kan niet
- Wat is de eenheid van vermogen?
- A) Kilowattuur
- B) Liter
- C) Watt ✓
- D) Euro
- Hoeveel watt is 1 kilowatt?
- A) 10
- B) 100
- C) 1000 ✓
- D) 10.000
Actuales · actuales.nl/lespakket/energie-thuis · Compleet pakket (PowerPoint, werkbladen op drie niveaus, NT2-steun) gratis te downloaden.