← Terug naar het pakket
Niveau:groep 5/6groep 7groep 8vmbo 1vmbo 2vmbo 3havo 1havo 2havo 3vwo 1vwo 2vwo 3

16 juni 2026 · groep 8 · groep 8

Energie thuis: van zonnepaneel tot stopcontact

NATUURKUNDE · REKENEN

Lesdoelen

  1. Na deze les kun je uitleggen dat een apparaat dat lang aanstaat veel stroom gebruikt, ook al is het niet krachtig.
  2. Na deze les kun je uit een grafiek het jaarverbruik aflezen en de kosten uitrekenen (kWh × prijs).
  3. Na deze les kun je uitleggen waar thuis de meeste stroom te besparen valt.

Lesplanning

  1. Doelen
  2. Foto van de dag: de meterkast
  3. Uitleg: vermogen, energie, de rekening en besparen
  4. Zelfstandig werken (werkblad op jouw niveau)
  5. Afsluiting: doelen-check en stelling

Uitleg — kernpunten

Foto van de dag: de meter telt mee

  • De meter telt je stroomverbruik in kilowattuur (kWh).
  • Voor elke kWh betaal je geld: ongeveer € 0,35 (voorbeeldprijs).
  • Een gemiddeld gezin gebruikt zo'n 2500 kWh per jaar.

Denkvraag: Welk apparaat bij jou thuis gebruikt volgens jou het meeste in een jaar?

Verbruik aflezen en de kosten

  • De grafiek toont het jaarverbruik per apparaat (kWh).
  • Kosten = kWh × prijs. LED-licht 100 kWh × € 0,35 = € 35 per jaar.
  • De wasmachine (200 kWh) kost dan 200 × € 0,35 = € 70 per jaar.

Denkvraag: Wat kost de koelkast (150 kWh) per jaar bij € 0,35 per kWh?

Klein vermogen, tóch veel verbruik

  • Een koelkast gebruikt weinig tegelijk, maar staat het hele jaar aan.
  • Daardoor telt hij toch op tot 150 kWh per jaar — meer dan alle lampen samen.
  • Niet hoe krachtig een apparaat is telt, maar hoe lang het aanstaat.

Denkvraag: Waarom kan een koelkast meer kWh per jaar gebruiken dan een föhn die je elke dag even gebruikt?

Waar valt te besparen?

  • De meeste winst zit bij apparaten die veel of lang gebruiken (droger, wasmachine).
  • Een LED-lamp (10 W) vervangt een gloeilamp (60 W): dat bespaart flink.
  • Apparaten helemaal uitzetten scheelt op de jaarrekening.

Stelling: “Iedereen die een eigen dak heeft, zou zonnepanelen moeten nemen.”

Quiz met antwoorden

  1. Waarin telt de meter het stroomverbruik?
    • A) In liter
    • B) In kilowattuur (kWh)
    • C) In watt per dag
    • D) In graden
  2. Wat is de voorbeeldprijs van 1 kWh in deze les?
    • A) € 0,05
    • B) € 0,35
    • C) € 3,50
    • D) € 35
  3. Welk apparaat gebruikt in de grafiek het meest per jaar?
    • A) LED-licht
    • B) Koelkast
    • C) Wasmachine
    • D) Wasdroger
  4. LED-licht gebruikt 100 kWh. Wat kost dat bij € 0,35?
    • A) € 3,50
    • B) € 35
    • C) € 100
    • D) € 350
  5. Wat kost de wasmachine (200 kWh) per jaar?
    • A) € 20
    • B) € 35
    • C) € 70
    • D) € 200
  6. Hoe kan een koelkast meer kWh per jaar gebruiken dan een föhn?
    • A) De koelkast is duurder
    • B) De koelkast staat veel langer aan
    • C) De föhn is kapot
    • D) Dat kan niet
  7. Waar valt thuis het meest te besparen?
    • A) Bij een lampje dat even brandt
    • B) Bij apparaten die veel of lang gebruiken
    • C) Bij de wekker
    • D) Bij de deurbel
  8. Je vervangt gloeilampen door LED. Wat gebeurt er met de rekening?
    • A) Die stijgt
    • B) Die daalt
    • C) Die blijft gelijk
    • D) Die verdwijnt

Actuales · actuales.nl/lespakket/energie-thuis · Compleet pakket (PowerPoint, werkbladen op drie niveaus, NT2-steun) gratis te downloaden.