Naar de inhoud
Actuales

Woordhulp · NT2 & woordenschat

Woordhulp: olie en inflatie

Niveau:groep 5/6groep 7groep 8vmbo 1vmbo 2vmbo 3havo 1havo 2havo 3vwo 1vwo 2vwo 3

Dit blad helpt je bij de les en het werkblad. Lees de woorden. Schrijf het woord in jouw taal erbij.

  • de inflatiespullen worden gemiddeld duurder; je geld wordt minder waard
  • de oliestof uit de grond; je maakt er benzine en diesel van
  • het vatgroot blik olie (159 liter); olie wordt per vat verkocht
  • de zeestraatsmal stuk zee tussen twee stukken land
  • de pompde plek waar je benzine tankt (het tankstation)
  • de benzinebrandstof voor auto's
  • de accijnsextra belasting op benzine, diesel, alcohol en tabak
  • de btwbelasting die je betaalt over bijna alles wat je koopt
  • de boodschappende spullen die je in de supermarkt koopt
  • het transporthet vervoeren van spullen, bijvoorbeeld met een vrachtwagen
  • het gezinouders en kinderen samen
  • de prijsstijginghet duurder worden van iets

Zinstarters

  • De prijs stijgt, omdat …
  • Eerst …, daarna …, daardoor …
  • Ik vind dat de overheid …, omdat …
  • Een voordeel is … / Een nadeel is …

Stappenplan: procenten berekenen

  1. Nieuwe prijs − oude prijs = het verschil.
  2. Deel het verschil door de óúde prijs.
  3. Keer 100. Dat is de stijging in procenten.