Woordhulp · NT2 & woordenschat
Woordhulp: olie en inflatie
Dit blad helpt je bij de les en het werkblad. Lees de woorden. Schrijf het woord in jouw taal erbij.
- de inflatiespullen worden gemiddeld duurder; je geld wordt minder waard
- de oliestof uit de grond; je maakt er benzine en diesel van
- het vatgroot blik olie (159 liter); olie wordt per vat verkocht
- de zeestraatsmal stuk zee tussen twee stukken land
- de pompde plek waar je benzine tankt (het tankstation)
- de benzinebrandstof voor auto's
- de accijnsextra belasting op benzine, diesel, alcohol en tabak
- de btwbelasting die je betaalt over bijna alles wat je koopt
- de boodschappende spullen die je in de supermarkt koopt
- het transporthet vervoeren van spullen, bijvoorbeeld met een vrachtwagen
- het gezinouders en kinderen samen
- de prijsstijginghet duurder worden van iets
Zinstarters
- De prijs stijgt, omdat …
- Eerst …, daarna …, daardoor …
- Ik vind dat de overheid …, omdat …
- Een voordeel is … / Een nadeel is …
Stappenplan: procenten berekenen
- Nieuwe prijs − oude prijs = het verschil.
- Deel het verschil door de óúde prijs.
- Keer 100. Dat is de stijging in procenten.