← Terug naar het pakket
Niveau:groep 5/6groep 7groep 8vmbo 1vmbo 2vmbo 3havo 1havo 2havo 3vwo 1vwo 2vwo 3

11 mei 2026 · groep 5/6 · groep 5/6

Dure olie, dure boodschappen: zo werkt inflatie

ECONOMIE · REKENEN · AARDRIJKSKUNDE

Lesdoelen

  1. Na deze les weet je dat spullen soms duurder worden.
  2. Na deze les kun je uitleggen dat benzine duur is doordat er weinig olie is.
  3. Na deze les weet je dat óók de boodschappen duurder worden.

Lesplanning

  1. Doelen
  2. Foto van de dag
  3. Uitleg: de Straat van Hormuz, inflatie en jouw boodschappen
  4. Zelfstandig werken (werkblad op jouw niveau)
  5. Afsluiting: doelen-check en stelling

Uitleg — kernpunten

Foto van de dag: het prijzenbord

  • Bij de pomp staan de prijzen op een groot bord langs de weg.
  • Op dit moment is benzine heel duur: duurder dan ooit.
  • Ook de boodschappen in de winkel zijn duurder geworden.

Denkvraag: Heb jij weleens gezien dat iets duurder werd?

Waarom is benzine duur?

  • Benzine wordt gemaakt van olie uit de grond.
  • Door een oorlog ver weg is er nu minder olie te koop.
  • Is er weinig van iets? Dan wordt het meestal duur.

Denkvraag: Als er weinig van iets is, wordt het dan duur of juist goedkoop?

Ook de boodschappen worden duurder

  • Bijna alles in de winkel komt met vrachtwagens die op brandstof rijden.
  • Is de brandstof duur, dan worden ook de boodschappen duurder.
  • Als spullen langzaam duurder worden, heet dat inflatie.

Denkvraag: Waarom worden de boodschappen duurder als de vrachtwagens duurder rijden?

Wat kun je doen?

  • Je kunt prijzen vergelijken en niet te veel weggooien.
  • Soms helpt de regering mee als alles duur wordt.

Stelling: “De regering moet helpen als alles voor iedereen duurder wordt.”

Quiz met antwoorden

  1. Waar staat de benzineprijs?
    • A) Op een groot bord bij de pomp
    • B) In de koelkast
    • C) Op je schoen
    • D) Nergens
  2. Waar wordt benzine van gemaakt?
    • A) Van water
    • B) Van olie
    • C) Van zand
    • D) Van hout
  3. Wat gebeurt er met bijna alle boodschappen op weg naar de winkel?
    • A) Ze lopen zelf
    • B) Ze komen met vrachtwagens
    • C) Ze vliegen
    • D) Ze zwemmen
  4. Er is weinig olie. Wat gebeurt er meestal met de prijs?
    • A) Die wordt lager
    • B) Die wordt hoger
    • C) Die blijft gelijk
    • D) Die verdwijnt
  5. Een brood kostte € 2 en kost nu € 3. Hoeveel duurder is het?
    • A) € 1
    • B) € 2
    • C) € 3
    • D) € 5
  6. Hoe heet het als spullen langzaam duurder worden?
    • A) Korting
    • B) Inflatie
    • C) Uitverkoop
    • D) Sparen

Actuales · actuales.nl/lespakket/olie-en-inflatie · Compleet pakket (PowerPoint, werkbladen op drie niveaus, NT2-steun) gratis te downloaden.