← Terug naar het pakket
Niveau:groep 5/6groep 7groep 8vmbo 1vmbo 2vmbo 3havo 1havo 2havo 3vwo 1vwo 2vwo 3

11 mei 2026 · vwo 3 · vwo leerjaar 3

Dure olie, dure boodschappen: zo werkt inflatie

ECONOMIE · REKENEN · AARDRIJKSKUNDE

Lesdoelen

  1. Na deze les kun je de keten olieprijs → inflatie → koopkracht uitleggen, inclusief de rol van verwachting en schaarste.
  2. Na deze les kun je rekenen met procenten over verschillende grondslagen en reële van nominale verandering onderscheiden.
  3. Na deze les kun je een kort betoog schrijven over gericht compenseren versus generiek de accijns verlagen.

Lesplanning

  1. Doelen
  2. Foto van de dag
  3. Uitleg: de Straat van Hormuz, inflatie en jouw boodschappen
  4. Zelfstandig werken (werkblad op jouw niveau)
  5. Afsluiting: doelen-check en stelling

Uitleg — kernpunten

Foto van de dag: van wereldnieuws naar je portemonnee

  • Een conflict bij de Straat van Hormuz stuwt de olieprijs wereldwijd op — óók van olie die daar niet doorheen gaat.
  • De motor is verwachting van schaarste: handelaren prijzen risico nú in.
  • Controlevraag: waarom reageert een markt op wat er misschien gebeurt, niet alleen op wat er is?

Denkvraag: Hoe kan de prijs stijgen zonder dat er (nog) minder olie is?

Percenten over verschillende grondslagen

  • Brent: van 126 → 88 dollar is ~30% daling; van 88 → 114 is ~30% stijging — en tóch niet terug op 126.
  • Een percentage hangt af van de basis waarover je rekent; +30% en −30% heffen elkaar niet op.
  • Controlevraag: waarom is de eindprijs lager dan de beginprijs bij gelijke percentages?

Denkvraag: Reken na: 126 × 0,70, en daarna × 1,30. Kom je terug op 126?

Koopkracht: nominaal versus reëel

  • Loon +2% klinkt goed, maar bij inflatie +2,8% ga je er reëel op achteruit.
  • Nominaal = het getal op je loonstrook; reëel = wat je ervoor kunt kopen.
  • Inflatie is dus een verborgen koopkrachtverlies als het loon niet meestijgt.

Denkvraag: Loon € 2.400 → +2%; uitgaven +2,8%. Ga je erop voor- of achteruit, en ongeveer hoeveel?

Accijns verlagen of gericht compenseren?

  • Generiek: accijns omlaag — direct goedkoper voor iedereen, maar kost miljarden en helpt ook wie het niet nodig heeft.
  • Gericht: lage inkomens compenseren — doelmatiger, maar ingewikkelder en trager.
  • Bronkritiek: “prijzen stijgen als een raket, dalen als een veertje” is een claim met een belang.

Denkvraag: Welke gegevens heb je nodig om te toetsen wie er gelijk heeft in het raket/veertje-verwijt?

Betoog: wie compenseert de overheid?

  • Weeg doelmatigheid en eerlijkheid tegen eenvoud en snelheid van de maatregel.

Stelling: “De overheid moet vooral gezinnen met een laag inkomen compenseren — niet álle automobilisten via een lagere accijns.”

Quiz met antwoorden

  1. Wat betekent inflatie?
    • A) Alles wordt goedkoper
    • B) Spullen worden gemiddeld duurder; je geld wordt minder waard
    • C) Meer rente op sparen
    • D) Lagere belasting
  2. Wat is accijns?
    • A) De winst van het tankstation
    • B) Een vaste belasting per liter
    • C) Een korting van de overheid
    • D) De prijs van een vat
  3. Een liter ging van € 2,00 naar € 2,50. Procentuele stijging?
    • A) 20%
    • B) 25%
    • C) 50%
    • D) 2,5%
  4. Loon +2%, inflatie +2,8%. Reële koopkracht?
    • A) Vooruit
    • B) Ongeveer gelijk
    • C) Achteruit (~0,8%)
    • D) Verdubbeld
  5. 126 → 88 (~−30%), dan 88 → 114 (~+30%). Waarom niet terug op 126?
    • A) Rekenfout
    • B) De percentages gaan over verschillende grondslagen
    • C) Olie verdampt
    • D) De btw stijgt
  6. Waarom stijgt de olieprijs overal als één zeestraat dichtgaat?
    • A) Alle olie gaat naar Iran
    • B) Handelaren prijzen verwachte schaarste wereldwijd in
    • C) Files van tankers
    • D) De rente stijgt
  7. Wat is het verschil tussen nominaal en reëel loon?
    • A) Geen verschil
    • B) Nominaal = het bedrag; reëel = wat je ervoor kunt kopen
    • C) Reëel is altijd hoger
    • D) Nominaal is na belasting
  8. Waarom helpt een generieke accijnsverlaging minder gericht?
    • A) Ze is illegaal
    • B) Ze verlaagt de prijs ook voor wie het niet nodig heeft en kost veel
    • C) Ze werkt niet
    • D) Ze verhoogt de olieprijs
  9. “Prijzen stijgen als een raket, dalen als een veertje.” Hoe behandel je dit?
    • A) Als feit overnemen
    • B) Als claim met belang, te toetsen aan prijsdata
    • C) Negeren
    • D) Als wet
  10. Wat maakt een betoog over compensatiebeleid sterk?
    • A) Veel emotie
    • B) Argumenten met cijfer én een weerlegd tegenargument
    • C) Een grote titel
    • D) Een foto

Actuales · actuales.nl/lespakket/olie-en-inflatie · Compleet pakket (PowerPoint, werkbladen op drie niveaus, NT2-steun) gratis te downloaden.