Woordhulp · NT2 & woordenschat
Woordhulp: het WK 2026
Dit blad helpt je bij de les en het werkblad. Lees de woorden. Schrijf het woord in jouw taal erbij.
- het toernooieen grote wedstrijd-serie met veel teams
- het gastlandhet land waar het toernooi is
- de speelstadeen stad waar wedstrijden zijn
- de tijdzoneeen deel van de wereld met dezelfde tijd
- het tijdsverschilhet verschil in uren tussen twee plaatsen
- de aftraphet begin van een voetbalwedstrijd
- de sponsoreen bedrijf dat geld geeft en reclame terugkrijgt
- de inkomstenhet geld dat binnenkomt
- de kostenhet geld dat je moet betalen
- de mensenrechtenrechten die ieder mens heeft, bijv. vrijheid en veiligheid
- de stellingeen zin met een mening, waar je over praat
- het argumenteen reden voor je mening
Zinstarters
- Ik denk dat … omdat …
- Ik ben het eens met de stelling, want …
- Ik ben het niet eens met de stelling, want …
- Een voordeel is … / Een nadeel is …
Stappenplan: rekenen met tijdzones
- Zoek de stad in de tabel.
- Kijk hoeveel uur de stad achterloopt op Nederland (bijvoorbeeld −7).
- Tijd daar → tijd in Nederland: tel de uren erbij op.
- Tijd in Nederland → tijd daar: trek de uren eraf.