Woordhulp · NT2 & woordenschat
Woordhulp: energie thuis
Dit blad helpt je bij de les. Lees de woorden. Schrijf het woord in jouw taal erbij.
- de stroomde elektriciteit waar apparaten op werken
- het apparaateen ding dat werkt op stroom, bijvoorbeeld een föhn
- de metertelt hoeveel stroom je thuis gebruikt
- de kilowattuur (kWh)waarin de meter telt; hierin staat je verbruik
- het verbruikhoeveel stroom je gebruikt
- veel / weinigeen grote hoeveelheid / een kleine hoeveelheid
- besparenminder gebruiken, zodat je minder betaalt
- uitzettenhelemaal uitdoen (niet op stand-by laten)
- de rekeninghet papier waarop staat hoeveel je moet betalen
- de LED-lampeen zuinige lamp die weinig stroom gebruikt
Zinstarters
- De … gebruikt het meeste stroom per jaar.
- De … gebruikt het minste stroom per jaar.
- Ik bespaar stroom door … uit te zetten.
- 150 kWh + 200 kWh = … kWh.
Stappenplan: de grafiek aflezen
- Kies een apparaat onderaan de grafiek.
- Ga met je vinger naar de bovenkant van de balk.
- Lees het getal (in kWh per jaar) dat erbij hoort.