← Terug naar het pakket
Niveau:groep 5/6groep 7groep 8vmbo 1vmbo 2vmbo 3havo 1havo 2havo 3vwo 1vwo 2vwo 3

15 juni 2026 · vwo 2 · vwo leerjaar 2

Het Zwitserse referendum: mag een land zijn bevolking begrenzen?

BURGERSCHAP · AARDRIJKSKUNDE · REKENEN

Lesdoelen

  1. Na deze les kun je directe en representatieve democratie tegen elkaar afwegen.
  2. Na deze les kun je claims kritisch wegen op belang en framing.
  3. Na deze les kun je framing in uitspraken van beide kampen herkennen en benoemen.

Lesplanning

  1. Doelen
  2. Foto van de dag
  3. Uitleg: directe democratie, het voorstel en de uitslag
  4. Zelfstandig werken (werkblad op jouw niveau)
  5. Afsluiting: doelen-check en stelling

Uitleg — kernpunten

Foto van de dag: directe democratie

  • Zwitserland laat burgers rechtstreeks over wetgeving beslissen — een zeldzaam model.
  • Inzet 14 juni 2026: een hard bevolkingsplafond van 10 miljoen.

Denkvraag: Wanneer is een meerderheidsstem over een minderheid wél of niet legitiem?

Directe versus representatieve democratie

  • Directe democratie geeft directe zeggenschap, maar vraagt veel van kiezers.
  • De dubbele meerderheid beschermt regio's tegen overheersing door bevolkingscentra.

Denkvraag: Welk besluit hoort bij het volk en welk bij gekozen vertegenwoordigers?

Het voorstel: groei en afhankelijkheid

  • Een plafond koppelt migratie aan het EU-vrij verkeer: economische verwevenheid als inzet.
  • Demografische druk versus arbeidsafhankelijkheid — een structureel dilemma.

Denkvraag: Welke actor heeft welk belang: kiezer, bedrijfsleven, regering, de EU?

Claims, belang en framing

  • “Ons land barst uit zijn voegen” versus “dit kost ons werkende handen”: twee frames.
  • Een uitslag (54,8% tegen) is een feit; de duiding ervan is een keuze.

Denkvraag: Hoe zou elke kant deze uitslag in zijn eigen voordeel uitleggen?

Stelling: meerderheid en minderheid

  • Een referendum laat de meerderheid beslissen over een minderheid — kans én risico.

Stelling: “Een land mag zelf bepalen hoeveel mensen er mogen wonen.”

Quiz met antwoorden

  1. Een staafgrafiek waarvan de as niet bij nul begint — effect?
    • A) Eerlijker
    • B) Het verschil lijkt groter
    • C) Geen effect
    • D) Meer stemmen
  2. Waarom is “arbeidsmigratie” neutraler dan “ongecontroleerde immigratie”?
    • A) Geen verschil
    • B) Het tweede frame stuurt sterker op angst
    • C) Het eerste is onwaar
    • D) Beide zijn cijfers
  3. Welk belang heeft het bedrijfsleven bij ‘nee’?
    • A) Mooiere reclame
    • B) Voldoende personeel houden
    • C) Lagere belasting voor burgers
    • D) Geen belang
  4. 54,8% tegen van 3.300.000 stemmen ≈ ?
    • A) ±1,8 miljoen
    • B) ±2,7 miljoen
    • C) ±330.000
    • D) ±900.000
  5. Waarom is bronkennis nodig bij “het land barst uit zijn voegen”?
    • A) Bronnen zijn saai
    • B) De afzender heeft een belang bij dat beeld
    • C) Het is geheim
    • D) Er is geen bron
  6. Wat is de tweede eis naast de volksmeerderheid?
    • A) Koninklijke handtekening
    • B) Meerderheid van de kantons
    • C) EU-toestemming
    • D) 75% opkomst
  7. Waarom is de uitslag (54,8%) een feit maar de duiding niet?
    • A) Beide zijn feit
    • B) Het getal is gemeten; de uitleg is een keuze
    • C) Beide zijn mening
    • D) Geen van beide telt
  8. Wat vereist een weerlegging in een betoog?
    • A) Herhaling
    • B) Het tegenargument benoemen én ontkrachten
    • C) Een foto
    • D) Een grotere letter

Actuales · actuales.nl/lespakket/zwitserland-referendum · Compleet pakket (PowerPoint, werkbladen op drie niveaus, NT2-steun) gratis te downloaden.